Recensie Boban Benjamin Braspenning met Boompje, beestje

15-01-2024

BRASPENNING MAAKT DIT ‘PROTESTCABARET’ MISSCHIEN UIT NAAM VAN DE PECHGENERATIE, MAAR HIJ LIJKT MET ZIJN ECONOMISCHE ONDERLEGGING VOORAL DE ‘SCHULDIGE’ BOOMERS TE WILLEN VERMAKEN

Debuterend cabaretier Boban Benjamin Braspenning snijdt met zijn Boompje, beestje een thema aan met potentie om te schuren en tegen schenen aan te schoppen; de woningnood. Hij selecteert in lijn met deze verwachting zelfs bij de aanvang van de voorstelling een vertrouwenspersoon uit het publiek. Dit blijkt overbodig. Braspenning maakt dit ‘protestcabaret’ misschien uit naam van de pechgeneratie, maar hij lijkt met zijn economische onderlegging vooral de ‘schuldige’ boomers te willen vermaken. Hij stipt misstanden in de samenleving aan, wijst daarbij naar de boomers in de zaal, maar laat ze nooit écht zweten. En juist die confrontatie had de voorstelling naar een hoger niveau getild.

Boban Benjamin Braspenning studeerde af in economie en ethiek, maar was eigenlijk in de wieg gelegd om op het podium te staan (al ligt dat in eerste instantie aan zijn naam). In de coronatijd besloot Braspenning zich het cabaret eigen te maken en zo won hij in 2021 de jury- en publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival. Momenteel tourt hij met zijn debuutvoorstelling Boompje, beestje het hele land door. Hij presenteert een cabaretprogramma over woningnood uit de belevenis van een afgestudeerde econoom die nog op zijn studentenkamer woont, maar uiteindelijk met zijn welvarende vriendin toch een huis in Amsterdam kan kopen. Braspenning wisselt gemakkelijk tussen verschillende typetjes en houdt te alle tijden de aandacht van het publiek vast. De liedjes zijn gemaakt om in je hoofd te blijven zitten en zorgen zelfs tot geforceerde momenten van samenzang. Het is waar dat zijn voorstelling “ergens over gaat”, maatschappelijke thema’s zoals de woningnood worden humoristisch benaderd, maar het blijft redelijk beschouwend. 

Dit wordt ook duidelijk wanneer Braspennings succesnummer “Alle boomers moeten dood” wordt ingezet. Dit nummer is gebaseerd op “Alle mannen moeten dood” van wijlen cabaretier Jeroen van Merwijk. Waar het destijds bij Van Merwijk zorgde dat het een flink aantal bezoekers (lees mannen) de zaal voortijdig deed verlaten, blijven de boomers nu rustig zitten en lachen ze eigenlijk harder dan daarvoor. “Een cabaretier van klassieke orde”, lijkt het grootste compliment dat je als cabaretier kan krijgen, maar wil je als dertigjarige eigenlijk wel geassocieerd worden met witte boomer mannen die voor witte boomer mannen witte-boomer-mannen-cabaret maken? En dan ook nog zonder enige vorm van provocatie te veroorzaken?

Het feit dat de 'aangevallen' boomers dus het hardst lachen, voegt een vervreemdend element toe aan het geheel. Dit komt tot een hoogtepunt op het einde van de voorstelling. Braspenning projecteert, na de ethische disclaimer dat zijn koophuis eigenlijk een huurhuis is, een qr-code van een tikkie. Verschillende mensen die in de leeftijd van de boomer generatie vallen, proberen hier op in te zoomen. Met nadruk op proberen. Braspenning hoopt op deze manier een deel van zijn studieschuld af te lossen. Zijn slotnummer speelt hij net zo lang tot de beoogde 200 euro is opgehaald. De sympathieke Braspenning wilde een ethische bankier worden, maar is nu een cabaretier die boomers tikkies laat betalen. Dit lijkt een reflectie van zijn eigen compromis, waarbij hij zijn ethische idealen opoffert voor een meer conventionele vorm van vermaak. 

Auteur: Noa de Keijser
Foto: Niels Knelis